zondag 25 november 2007

Schookinderen hanteren een intuïtieve scheppingstheorie

De ideeën van Darwin zijn zeker niet intuïtief. We weten dit omdat alle kinderen van een jaar of acht een soort scheppingsleer aanhangen. Schoolkinderen raken gefascineerd door de vraag naar de oorsprong van de schepping, of hun ouders nu evolutionaire biologen of fundamentalistische predikanten zijn, en het lijkt hun zonneklaar dat alle organismen op een bepaald historisch (of prehistorisch) moment zijn geschapen en sindsdien niet in belangrijke mate zijn veranderd.
Bovendien geloven diezelfde kinderen waarschijnlijk dat een belangrijke verandering tijdens het leven van een organisme (bijvoorbeeld een biceps ontwikkelen) zal worden overgedragen op het nageslacht van dat organisme.

Bron: GARDNER, H., De kneedbare geest. p. 138.

vrijdag 23 november 2007

De menselijke geest als strijdtoneel

Volgens de cognitieve psycholoog Gardner kunnen we de menselijke geest beschouwen als een immense zaal waarin onophoudelijk strijd wordt geleverd. In die competitieve omgeving vechten, worstelen en wedijveren allerlei verhalen om te overleven, om een duurzame, stevige positie in het denken/de hersenen te verwerven, om de gelegenheid overeenkomstig gedrag te stimuleren. (GARDNER, H., De kneedbare geest, p. 91)

zondag 7 oktober 2007

Te voet was je er al geweest

Zo staat de laatste tijd op de achterruit van steeds meer auto's te lezen, die in de file staan te wachten om een drukke baan over te steken of af te slaan. Zouden de inzittenden van de auto wel beseffen hoe absurd hun boodschap is?

7 oktober 2007

donderdag 20 september 2007

The Wasp Factory

Door de ene criticus wordt The Wasp Factory de lucht in geprezen, door de andere compleet verguisd. Dit wist ik pas achteraf, want ik begin liever met een blanco register.

Aanvankelijk kreeg ik een ietwat wrevelig gevoel over stijl en onderwerp. Maar naarmate ik verder kwam intrigeerde het verhaal steeds meer en kreeg het me in zijn greep. Met mondjesmaat, als bij het ont-rokken van een ui, worden de geheimen van het leven van Frank vrij gegeven.

Moet dit een thriller voorstellen? Voor mij is het de tragische geschiedenis van een mens die haast totaal miskend en in zijn bestaan zelfs ontkend wordt. Een emotioneel verwaarloosde jongen die probeert zijn eigen bestaan te overleven. Hij bestaat niet eens officieel. Deze bijna pure existentiële eenzaamheid probeert hij te bezweren door macabere rituelen, die zijn lege bestaan moeten vullen en rechtvaardigen. Niet eens voor anderen, het kan hem nauwelijks schelen, maar voor hemzelf. Daarmee behoedt hij zichzelf voor de totale depressie.

Schrijnende eenzaamheid ook in het onvermogen om echt te communiceren met elkaar. De luttele gesprekken zijn ontmoedigend oppervlakkig of monden uit in belachelijke en uitzichtloze misverstanden. Er wordt niet mét elkaar gepraat, iedereen praat voor zichzelf. Frank voelt nauwelijks en is een haast neutrale observator van zijn eigen gedachten, en vooral zijn handelen. Zelfs over de moorden wordt koudweg gerapporteerd, ook de wraak voor zijn wrede lot roept geen gevoelens op.
Hij is een regelrecht drama van ontmenselijking, het boek een drama over ontmenselijking.

En dan de ontknoping, de ontmaskering van de leugens en de ontdekking van de waarheid. De ontstellende en gruwelijke dingen die ouders hun kinderen kunnen aandoen, omdat ze zelf onder het juk leven van hun eigen verwrongen verleden, dat ze zich niet bewust zijn, niet onder ogen kunnen zien en waarvan ze de slaaf zijn omdat ze zich er nooit konden van losmaken.

Maar tegelijk ook het inzicht en de opluchting eindelijk zichzelf te kunnen zijn, te kunnen en te mogen voelen wat hem altijd is ontzegd en waarvan hij – juist daarom – een afkeer had. Ik vind het zo’n mooi beeld, het hoofd van Eric op de schoot van zijn zus, die hem eindelijk kan koesteren omdat dit nu mag. Omdat ze nu eindelijk haar diepste zelf mag kennen en zijn, omdat gevoelens toegelaten zijn.

En dit alles is zo meesterlijk geschreven, dat ik de moed verlies ooit nog een toonbare tekst te produceren. De onderkoelde manier waarop Frank gebeurtenissen, gedachten en gevoelens registreert geeft feilloos weer hoe vervreemd hij is van zijn diepste ik, en hoe hij door uiterste afstandelijkheid probeert om zijn zelfrespect te behouden en zichzelf overeind te houden.
En dan wordt de stijl in de laatste hoofdstukken geleidelijk gevoeliger, en culmineert in het laatste hoofdstuk, nadat Frances is ‘geboren’.

Er zit zoveel in dat verhaal, ook over (het beeld van) mannelijkheid en vrouwelijkheid. Ondertussen is duidelijk geworden, wetenschappelijk vastgesteld, dat kinderen zich al heel vroeg in hun leven jongen of meisje voelen, en ook van anderen verwachten dat zij dit erkennen.

En tegelijk is het ook het verhaal van ieder van ons. Hoe ga ik om met de loterij van het leven? Hoeveel moorden heb ik zelf al gepleegd uit onbewuste wraak voor mijn eigen (vermeende) noodlot? Elke mens die in zijn diepste zijn miskend wordt, verloochent immers zichzelf en is een potentiële moordenaar. Sommigen doen het echt, de meesten moorden symbolisch, bijvoorbeeld door anderen, en dan vooral zwakkeren, te terroriseren.

Het verhaal gaat ook over het geweld en onrecht, dat van generatie op generatie wordt overgedragen als niemand die spiraal doorbreekt. Over onrecht dat iemand bijna vanzelf op anderen verhaalt, bij voorkeur op die mensen die nabij zijn, die men graag ziet, de geliefden en de kinderen. Als wij ons niet bewust zijn van die spiraal, gaat dat proces van overdracht, over de generaties heen, tot in het oneindige door.

Je merkt het in de persoonlijke levensgeschiedenis van talloze mensen, die hun kinderen belasten met hun eigen conflicten, die op hun beurt wraak nemen op hún kinderen of er eenzaam onder lijden. Het zit in de grote wereldconflicten, waar telkens weer wraak wordt genomen voor geleden onrecht op onschuldige mensen, die er niets mee te maken hebben. En van die mensen zijn er weer die op hun beurt het onrecht verhalen op andere onschuldigen, generaties lang, soms voor conflicten die al eeuwen geleden plaats hadden. Kan er ooit vergeven worden?

Het is natuurlijk de lezer, niet de schrijver, die al deze dingen in een verhaal of een gedicht legt. En de plotselinge ommekeer is ook nogal onwerkelijk. Je zou verwachten dat Frances nog een heuse inhaalbeweging zal moeten maken en een lange weg te gaan heeft.
Dit belet niet dat The Wasp Factory een indrukwekkend boekje is, dat mij nog lang zal bijblijven.

© Minervaria 20 september 2007

zondag 16 september 2007

De cactusman 2

Er was eens een man die een verzameling zeldzame en uitzonderlijke planten bezat. Sommige ervan waren gemakkelijk te kweken, andere had hij slechts met veel moeite tot groei en bloei gebracht. Zijn dagen waren helemaal gevuld met het koesteren van zijn tere kindjes en hij zag er nauwlettend op toe dat ieder exemplaar precies de juiste hoeveelheid warmte, zonlicht, water en meststof kreeg.

Zo geweldig trots was meneer van Dam, want zo heette hij, op zijn unieke verzameling dat hij meewarig neerkeek op de mensen die niet verder kwamen dan de Normalia en de Modalia, die op elke straathoek te koop waren. Vrienden en buren raakten niet uitgekeken op zijn prachtige planten en hij kreeg dan ook veel bezoek.

Maar meneer van Dam was erg bang dat bezoekers zijn planten zouden beschadigen, omdat ze niet beseften hoeveel die wel waard waren. Want sommige bezoekers voelden aan de bladeren, en daar durfde hij dan niks over zeggen. Daarom verhuisde hij heel zijn verzameling naar een aanbouw achteraan, en vulde het huis met wel 200 soorten cactussen. Daarvan zouden mensen heel zeker af blijven. Zodoende kreeg elke bezoeker alleen nog cactussen te zien.

Het hele huis was vol cactussen, met dunne en dikke stekels en in alle vormen en maten. Ze stonden op alle tafels en tafeltjes, op de kasten, op de raamkozijnen, tot op de stoelen en de grond toe. Daarom sprak iedereen over het Cactushuis, en noemde men hem de Cactusman. De mensen hadden het niet zo begrepen op de stekelige cactussen, en na verloop van tijd kwam niemand hem nog bezoeken.

Op een dag belde een vreemdeling aan. Die had over de unieke plantenverzameling gehoord, en wilde ze heel graag zien. Meneer van Dam liet de bezoeker al zijn cactussen zien. Pas toen de man voor de derde keer aandrong, bracht de cactusman hem naar de aanbouw met zijn plantenverzameling.

Eerst was de bezoeker opgetogen, maar na een poosje fronste hij zijn voorhoofd.
“Uw Intelligentia staat er heel krachtig bij, uw Creativa en Originalia verbazen mij met hun oogverblindende kleurenpracht, uw Initiativa dwingt alleen maar bewondering af en uw Perseverantia is behoorlijk fris. Maar ik zie toch een aantal planten waaraan uw nauwgezette zorg blijkbaar is voorbij gegaan.”

De cactusman was totaal verbluft. ‘Hoe waagt deze vreemde snuiter het om de schat van mijn huis te bekritiseren!’, dacht hij onthutst.
Toen de bezoeker afscheid nam, gaf hij de cactusman een bescheiden plantje:“Neemt u alstublieft deze Gentilia aan als dank voor uw tijd en moeite. Het is een zeer gemakkelijk plantje, en het zal u veel plezier bezorgen.”
De cactusman duwde de bezoeker snel een spaarzaam bloeiende, fijnstekelige cactus in de handen en liet hem uit.

De vreemdeling was de deur nog niet helemaal uit, of de cactusman haastte zich ongelovig naar de serre. Daar moest hij toegeven dat de bezoeker gelijk had. Onder de weelderige Enthousiastica, Variabilia en Renovatia, stonden de Humoria, de Socialia en de Sentimentia er mat bij. De Amicitia was zelfs helemaal verlept!
Hoe had hij dit kunnen laten gebeuren? Hij had het nooit opgemerkt, zo was hij in beslag genomen door de teelt van stekelige cactussen.

Snel haalde hij de verpieterde plantjes onder het dichte bladerdek vandaan, en plaatste ze op de meest zonnige en warme plaatsen in huis. Toen bedacht hij dat hij meteen ook maar zijn hele plantenverzameling naar de woonvertrekken kon brengen en de cactussen achteraan zetten. Dagenlang was hij bezig met het verhuizen van planten.

Alle voorbijgangers waren stomverbaasd. De ramen van het cactushuis werden nu opgefleurd door prachtige planten met sierlijke bladeren in allerlei vormen en alle schakeringen van groen.
Weldra waren alle planten zo weelderig geworden dat hij stekjes kon nemen, die hij in kleine potjes uitpootte. En op een dag stond de deur van zijn huis wijd open. Iedereen werd uitgenodigd om zijn prachtige plantenverzameling te bekijken, en voor elke gast had de cactusman, die weer gewoon meneer van Dam was geworden, een kleine Gentilia in petto.


© Minervaria 16 augustus 2007

dinsdag 21 augustus 2007

Bijzonder

De doos geopend
Een parel van kwetsbaarheid
In het hart bewaard

donderdag 16 augustus 2007

De cactusman 1

Er was eens een man die een verzameling zeldzame en uitzonderlijke planten bezat. Sommige ervan waren gemakkelijk te kweken geweest, bij andere had het veel moeite gekost om ze tot groei en bloei te brengen. Hij besteedde enorm veel tijd aan zijn planten, en zorgde ervoor dat elk exemplaar precies de juiste hoeveelheid warmte, zonlicht, water en meststof kreeg.

Zo geweldig trots was meneer van Dam, want zo heette hij, op zijn unieke verzameling dat hij misprijzend neerkeek op de mensen die niet verder kwamen dan de Normalia en de Modalia, die op elke straathoek te koop waren. Regelmatig kwamen mensen aanbellen en vroegen zijn prachtige verzameling te mogen bekijken. Meneer van Dam durfde dit niet te weigeren, want hij maakte het graag iedereen naar de zin. Maar hij was erg bang dat bezoekers zijn planten zouden beschadigen, omdat ze niet beseften hoeveel die wel waard waren. Want sommige bezoekers voelden aan de bladeren, en daar durfde hij dan niks over zeggen.
Daarom verhuisde hij heel zijn verzameling naar een aanbouw achteraan, en vulde het huis met wel 200 soorten cactussen. Daarvan zouden mensen heel zeker af blijven. Zodoende kreeg elke bezoeker alleen nog cactussen te zien.

Er waren cactussen met dunne, venijnige stekels, met rechte korte en met gebogen stekels, of waarbij de stekels in een eigenaardige vorm waren gerangschikt, sommige cactussen waren bedekt met een wollige deken over hun stekels, en andere hadden weer dikke, harde stekels. Op zijn cactusverzameling was meneer van Dam dan ook bijna even trots als op de zeldzame planten in de serre achter het huis.

Het hele huis was vol cactussen. Ze stonden op alle tafels en tafeltjes, op de kasten, op de raamkozijnen, tot op de stoelen en de grond toe. De sterkste exemplaren had hij buiten gezet, zelfs voor de voordeur. Daarom sprak iedereen over het Cactushuis, en noemde men hem de Cactusman. Meneer van Dam vond dit helemaal niet erg. Zijn nieuwe naam klonk hem zelfs veel voornamer in de oren omdat ze voor het nodige respect zorgde.

De mensen vonden hem vreemd. Ze hadden het niet zo begrepen op de stekelige planten, en bleven nu bij de cactusman uit de buurt. Als ze er toch voorbij moesten, liepen ze in een grote boog om het huis heen. Bijna niemand herinnerde zich nog dat de cactusman ook andere planten in huis had, en dus kwam ook niemand hem nog bezoeken. En meneer van Dam dacht op zijn beurt dat zijn uitmuntende verzameling de mensen helemaal niet kon schelen.

Op een dag bood zich een vreemdeling aan. Die had over de unieke plantenverzameling gehoord, en wilde deze heel graag bezichtigen. Meneer van Dam liet de bezoeker al zijn cactussen zien. Pas toen de man voor de derde keer aandrong, bracht de cactusman hem naar de aanbouw met zijn plantenverzameling.

Eerst was de bezoeker opgetogen, maar na een poosje fronste hij zijn voorhoofd.“Uw Intelligentia staat er heel krachtig bij, uw Creativa en Originalia verbazen mij met hun oogverblindende kleurenpracht, uw Initiativa dwingt alleen maar bewondering af en uw Perseverantia is behoorlijk fris. Maar ik zie toch een aantal planten waaraan uw nauwgezette zorg blijkbaar is voorbij gegaan.”
De cactusman stond als aan de grond genageld. ‘Hoe waagt deze vreemde snuiter het om de schat van mijn huis te bekritiseren!’, dacht hij verontwaardigd.
Toen de bezoeker afscheid nam, gaf hij de cactusman een bescheiden plantje:“Neemt u alstublieft deze Gentilia aan als dank voor uw tijd en moeite. Het is een zeer gemakkelijk plantje, en het zal u veel plezier bezorgen.”
Helemaal van de kaart gebracht door deze vreemde ervaring, duwde de cactusman de bezoeker een spaarzaam bloeiende, fijnstekelige cactus in de handen en liet hem uit.

De vreemdeling was de deur nog niet helemaal uit, of de cactusman haastte zich ongelovig naar de serre. Daar moest hij echter toegeven dat de bezoeker gelijk had. Onder de weelderige Enthousiastica, Variabilia en Renovatia, stonden de Humoria, de Socialia en de Sentimentia er mat en verlept bij. Van de Amicitia was zelfs nauwelijks iets overgebleven!

Een ontzaglijke spijt welde in hem op. Hoe had hij dit kunnen laten gebeuren? Hij had het nooit opgemerkt, zo was hij in beslag genomen door de teelt van stekelige cactussen. Plots besefte hij dat hij, door zijn zorg om mensen af te schrikken, zijn waardevolste bezit had verwaarloosd.

Snel haalde hij de verpieterde plantjes van onder het dichte bladerdek vandaan, en plaatste ze op de meest zonnige en warme plaatsen in zijn huis. De cactussen, die nu teveel waren, zette hij dan maar achteraan het huis. En toen bedacht hij dat hij maar beter meteen zijn hele plantenverzameling naar de woonvertrekken kon brengen en de cactussen achteraan zetten. Dagenlang was hij bezig met het verhuizen van planten.

Alle voorbijgangers waren stomverbaasd. In de plaats van die akelige cactussen, stonden nu prachtige planten met sierlijke bladeren in allerlei vormen en groenschakeringen voor de ramen van het cactushuis. Eerst dachten ze dat de cactusman verhuisd was. Maar toen iemand durfde aan te bellen, zag hij dat het nog altijd dezelfde man was, die de buur uitnodigde binnen te komen en een kop koffie te drinken.

In het huis groeiden en bloeiden de bevrijde planten naar hartelust. Hoe meer zonlicht en warmte de tere plantjes kregen, hoe groter en sterker ze werden. De man moest erkennen dat het nu heel wat leuker was in zijn huis. Hij kon zich veel vrijer bewegen, nu hij niet meer moest opletten voor venijnige stekels. Uren kon hij zitten kijken naar de oneindig gevarieerde bladeren en bloemen van zijn dierbare planten en hij genoot intens van zijn nieuwe interieur.

Weldra waren alle planten zo weelderig geworden dat hij stekjes kon nemen, die hij in kleine potjes uitpootte. En op een dag stond de deur van zijn huis wijd open. Iedereen werd uitgenodigd om zijn prachtige plantenverzameling te bekijken, en voor elke gast had de cactusman, die weer gewoon meneer van Dam was geworden, een kleine Gentilia in petto.

© Minervaria 16 augustus 2007

Design by The Blogger Templates

Design by The Blogger Templates