woensdag 31 maart 2010

Morele ondernemers

Morele ondernemers zijn personen die hun maatschappelijke positie gebruiken om morele principes aan anderen op te leggen. Voor een morele ondernemer is gebieden en verbieden een doel op zichzelf. Er moet ge- en verboden worden en er moeten strenge straffen opgelegd worden voor het overtreden van de ge- en verboden.

Morele ondernemers treft men onder wereldlijke en kerkelijke leiders aan. De machtsmiddelen van kerkelijke morele ondernemers zijn anders dan die van wereldlijke. Zij kunnen niet iemand laten arresteren, maar ze hebben een ander machtsmiddel. Zowel door het onthouden als schenken van vergiffenis kunnen ze macht over hun ondergeschikten uitoefenen.
Voor morele ondernemers is van primair belang dat een gedrag moet of niet mag. De schade die door een ge- of verbod wordt veroorzaakt is daarbij van secundair belang.
M.b.t. de drugsbestrijding is het van primair belang dat druggebruik verboden is. Dat er zware straffen op staan. Dat er veel druggebruikers of -handelaren in de gevangenis zitten. En dat er belangrijke overheidsinstellingen met drugbestrijding zijn belast. Minder belangrijk is of het gebruik van drugs door al die maatregelen afneemt. En het aantal slachtoffers van repressief drugbeleid doet helemaal niet ter zake.
Het aantal slachtoffers en hun lijden (weze het abortus, druggebruik, euthanasie) is voor kerkelijke of wereldlijke ondernemers van ondergeschikt belang. Het belangrijkste is dat het ofwel moet of niet mag.

Uit: TELLEGEN, E., Het utopisme van de drugsbestrijding. p. 237-239.

maandag 22 februari 2010

Culturele identiteit

Culturen ontlenen hun identiteit doorgaans niet aan wat hen verenigt maar in sterke mate aan wat hen van hun buren en vijanden onderscheidt.
Michael Krondl

woensdag 10 februari 2010

Mijn huis is een gevangenis

dinsdag 2 februari 2010

Vriendschap

Vrienden moeten wederzijds genieten van hun gezelschap, ze moeten nuttig voor elkaar zijn en ze moeten zich samen verplicht voelen aan het goede.
Aristoteles

zondag 31 januari 2010

Plasticiteit van de hersenen

Onze hersenen hebben een enorm vermogen tot verandering en aanpassing.
Vormen van plasticiteit:

  • Ervaringsonafhankelijke plasticiteit
    De hersenen worden voor een groot deel gevormd door spontane, intern gegenereerde, processen die optreden zonder invloed van buitenaf.
    Deze ontwikkeling gaat als het ware vanzelf volgens een genetisch programma, zonder dat daar extra prikkels vanuit de buitenwereld voor nodig zijn.
    Zo ontwikkelen de verschillende delen van de hersenen zich in een bepaalde volgorde en volgens een vaste structuur.
  • Ervaringsverwachte plasticiteit
    De hersenen ontwikkelen zich ook door een combinatie van genen en informatie uit de buitenwereld op een normale, bij de ontwikkeling horende manier. Deze ontwikkeling kan zich uitsluitend voltrekken als er een bepaalde stimulatie van buitenaf aan het genetisch programma wordt toegevoegd.
    Voor de meeste functies is die stimulatie alleen optimaal als ze gebeurt tijdens die specifieke tijdsperiode in het leven, waarin het betreffende hersengebied zich vormt. Die periodes noemt men kritieke of gevoelige periodes. Zo zijn de eerste 6 levensjaren bij mensen een gevoelige periode voor de verwerving van taal. Na deze periode verloopt het aanleren van taal veel minder vlot en spontaan.
    Andersom heeft het geen zin om van een kind iets te verwachten waarvoor het nog geen hersengebieden heeft gevormd. Zo komen plannen en rekening houden met de gevolgen van eigen handelen pas later in de puberteit tot ontwikkeling omdat de prefrontale cortex zich nog volop organiseert.

Door de ervaringsonafhankelijke en ervaringsverwachte plasticiteit zien onze hersenen er grofweg allemaal dezelfde uit en functioneren ze ook min of meer op dezelfde manier. Hun basisstructuur en –werking is gelijk.

  • Ervaringsafhankelijke plasticiteit
    Uw en mijn hersenen verschillen ook van elkaar. Die verschillen hebben in de eerste plaats te maken met onze verschillende aanleg. Ze zijn minstens evenzeer te wijten aan de verschillende ervaringen waaraan iemand wordt blootgesteld. Het leven dat je leidt en de dingen die op je pad komen leveren verschillende soorten informatie voor de hersenen. Zo zien de hersenen van mensen die viool spelen er anders uit dan die van informatici en die weer anders dan die van sporters. Mensen die hun leven in het oerwoud doorbrengen hebben meer moeite met het onderscheiden van rechthoekige voorwerpen dan mensen die leven in een verstedelijkte omgeving.
    Ervaringsafhankelijke plasticiteit biedt ons de mogelijkheid onze hersenen te vormen en te trainen door het opzoeken van dit soort informatie die onze hersenen in de gewenste richting vormt.


Als een bepaald gebied in de hersenen beschadigd geraakt en zijn oorspronkelijke functie niet meer kan vervullen, dan kan een ander gebied in de hersenen deze functie overnemen. Dat gaat echter meestal ten koste van de functie die het gebied eerder vervulde.
Twee soorten:
  • Contralaterale plasticiteit
    Een hersenfunctie die eerst door een gebied in de ene kant van de hersenen verzorgd werd wordt overgenomen door een gebied in de andere kant van de hersenen.
    Bijvoorbeeld: kinderen bij wie het gebied voor taal in de linker hersenhelft wordt weggenomen kunnen toch nog overweg met taal dank zij de overname van deze functie door motorische gebieden in de rechterhersenhelft.
  • Crossmodale plasticiteit
    Een hersengebied dat eerst bepaalde informatie verwerkte verwerkt nu andere informatie. Zo blijkt de visuele cortex bij blinden tastinformatie te verwerken in plaats van visuele informatie, of de auditieve cortex handmotoriek in plaats van auditieve informatie bij doofgeboren mensen.


Naar: SITSKOORN, M., De maakbaarheid van het brein, p. 65-73.

donderdag 28 januari 2010

(On)voorspelbaarheid

Als het verleden door met verrassingen voor de dag te komen niet leek op het daaraan voorafgaande verleden, waarom zou onze toekomst dan moeten lijken op ons huidige verleden?
Nassim Nicholas Taleb

vrijdag 22 januari 2010

Beslissingen bij het levenseinde

Men kan zes mogelijke beslissingen bij het levenseinde onderscheiden.

  1. Het stoppen van een medisch zinloos geworden behandeling met of zonder medeweten /verzoek van de patiënt

  2. Het niet opstarten van een medisch zinloze behandeling met of zonder medeweten/verzoek van de patiënt
    Door deze ‘niet-behandelbeslissingen’ verzaakt men aan therapeutische hardnekkigheid. Deze beslissingen moeten bij bewuste patiënten principieel met hen overlegd worden.
    Vroeger werd een niet-behandelbeslissing ‘indirecte’ of ‘passieve’ euthanasie genoemd. Deze benamingen zijn misleidend omdat het begrip passieve euthanasie een contradictio in terminis is (zie definitie van euthanasie).

  3. Het aanpassen van de pijnstillers met als nevenwerking bewustzijnsvermindering, coma en zelfs vervroegde dood met of zonder medeweten/verzoek van de patiënt
    Pijnstillers of kalmeermiddelen kunnen zodanig worden verhoogd dat de patiënt het ondraaglijke lijden niet verder bewust hoeft te ondergaan. Dit wordt palliatieve sedatie genoemd. Dit is ‘barmhartige stervenshulp’ of het verlichten van het stervensproces bij een patiënt die ‘hoe dan ook toch zou sterven’. De verkorting van het leven is niet het middel, maar is er soms een mogelijk gevolg of neveneffect van.
    Ook deze werkwijze wordt vaak ten onrechte passieve euthanasie genoemd. Palliatieve sedatie wordt vaak als alternatief voor euthanasie aangeboden. Daar is niets mis mee indien de patiënt dit verkiest, maar deze werkwijze bevindt zich vaak in een schemerzone omdat men meestal niet weet of er vooraf met de patiënt werd overlegd.

  4. Hulp bij zelfdoding
    De arts verleent hulp aan een persoon die zelfdoding wil doen door hem een voorschrift of dodelijk middel te verschaffen. Vervolgens trekt de arts zich terug en doet de patiënt aan zelfdoding op een door hem gekozen ogenblik.

  5. Opzettelijk levensbeëindigend handelen zonder verzoek van de betrokkene
    Dit werd vroeger ‘onvrijwillige’ of ‘ongevraagde’ euthanasie genoemd. Deze benaming is duidelijk een contradictio in terminis en dus onterecht.
    Levensbeëindiging zonder verzoek kan plaatsvinden bij zwaar zieke onmondige pasgeborenen en jonge patiëntjes die uiteraard niet om euthanasie kunnen vragen.

  6. Euthanasie
    Alleen ‘het opzettelijk levensbeëindigend handelen door de arts op uitdrukkelijk en herhaald verzoek van de patiënt zelf in een uitzichtloze situatie en met ondraaglijk lijden’ kan euthanasie genoemd worden.


Bron: DISTELMANS, W., Een waardig levenseinde, p. 181-190.

Design by The Blogger Templates

Design by The Blogger Templates